Politiek geladen architectuur / Breuers Amerikaanse Ambassade in Den Haag

Architectuur van de diplomatie is een discipline op zich. Enerzijds dienen ambassades zich als vooruitgeschoven post te verbinden met de omgeving, anderzijds moeten ze zich óók onderscheiden, een ambassade representeert immers een ander land. In het zoeken naar dit evenwicht weerspiegelt het ontwerp van en ambassade bijna onbewust de relatie tussen ambassade en gastland. Zo is de Nederlandse ambassade in Berlijn open, lichtvoetig en uitgesproken, als een luidruchtige gast die zich veilig voelt bij de buurman, terwijl andere ambassades, zoals de Amerikaanse ambassade in Den Haag juist weer een dwingende diplomatieke aanwezigheid uitdrukt. Dit artikel gaat over architectuur van de representatie, en dan vooral over die van de Haagse Amerikaanse ambassade (1956) van de Hongaars-Amerikaanse architect Marcel Breuer (1902-1981).

Tweede Wereldoorlog

Het initiatief voor de bouw van een Amerikaanse ambassade, de situering op de hoek van het Korte en Lange Voorhout én de naoorlogse waardering/afkeuring van het gebouw, hebben alles te maken met de afloop van de Tweede Wereldoorlog. Eerst maar terug naar 3 maart 1945, toen Geallieerde vliegers de Duitse V1 lanceerinstallatie in het Haagse Bos misten en een gigantische ravage aanrichtten op het Korte Voorhout. Van de statige panden aan weerszijden van deze prominente straat –die van oudsher de noordelijke entree naar het stadscentrum vormde- stond alleen de Koninklijke Schouwburg nog overeind. Een wederopbouwplan werd opgesteld om de straat te herstellen, met daarin ruimte voor de herbouw van de Franse, en later ook nieuwbouw van de Amerikaanse ambassade.

Die ambassade zou de eerste worden die de Amerikanen in Nederland openden. Tot de Tweede Wereldoorlog had Amerika alleen een vertegenwoordiger in Nederland, een situatie die paste in de isolationistische politiek die de VS van oudsher voerde en het relatief kleine belang dat aan het vooroorlogse Nederland werd gehecht.

Deze situatie veranderde: de Tweede Wereldoorlog had twee uitgesproken winnaars opgeleverd -de combinatie VS/Groot Brittannië/Canada en het blok Sovjetunie/China- die sterk verschillende ideeën hadden over de nieuwe (economische) wereldorde. Het bracht de VS tot een grote bemoeienis met het wel en wee van de door hen bevrijde staten, in de hoop deze landen voor hun ideologie te winnen. Dit kwam tot uitdrukking in de geboden Marshallhulp, de oprichting van de NAVO en het instellen van een diplomatiek netwerk in de door hen bevrijde landen. De bouw van een reeks nieuwe ambassadegebouwen in Europa, waaronder die in Den Haag, was hiervan een direct resultaat.

Ambassadearchitectuur

Bij de realisatie van deze nieuwe ambassades werden architecten ingeschakeld met een Europese achtergrond. De van oorsprong Finse architect Eero Saarinen werd betrokken voor de Londense ambassade, de naar Amerika uitgeweken Duitser Walter Gropius kreeg de opdracht voor Athene en de als Hongaar geboren Marcel Breuer werd ingeschakeld voor Den Haag.

De laatste twee architecten waren respectievelijk stichter en docent van het gerenommeerde Duitse Bauhaus. Ze waren vanwege het verslechterde vooroorlogse politieke klimaat uitgeweken naar Amerika, nu waren ze terug in Europa om de diplomatieke post van hun nieuwe vaderland vorm te geven, het is een wat wrang einde van een oorspronkelijk Europees succesverhaal…

De keuze van Breuer voor Den Haag kwam trouwens niet uit de lucht vallen. De architect was al sinds 1952 betrokken bij het ontwerp van de nieuwe Rotterdamse Bijenkorf. Daarnaast werkte hij aan het UNSECO hoofdkwartier in Parijs en aan het hoofdkantoor van ‘Van Leers vatenfabriek’ in Amstelveen. Vanwege deze achtergrond werd Breuer geacht zowel het bewaken van Amerikaanse gebruikswensen als de vertaling naar de Nederlandse bouwpraktijk in goede banen te kunnen leiden.

 

Ambassade Den Haag

Breuer maakte een modern, functionalistisch ontwerp in de stijl van het Amerikaanse modernisme. Omdat architecten in Amerika hun moderne architectuur minder baseerden op het socialistisch gedachtegoed en daarnaast de discipline minder rechtlijnig, theoretisch benaderden dan hun Europese collega’s, week hun stijl af van de in Europa gangbare moderne architectuur. Amerikaans modernisme is wat luchtiger van toon, meer gericht op de beleving. Dit vindt zijn weerslag in de grotere toepassing van decoratieve elementen, het inspelen op de ervaring van de plasticiteit van ruimtes en het gebruik van duurdere, natuurlijke materialen.

Het ontwerp van Breuer is aldus in plattegrond erg functionalistisch van aard: de ambassade bestaat uit twee haaks op elkaar staande kantoorschijven en een los auditorium op de binnenplaats. Maar in het ontwerp van de gevel overheerst de plasticiteit: de gevels ogen massief en worden in een regelmatig patroon doorbroken met raatvormige ramen. De entree is als het ware uitgesneden uit het volume en ligt ver terug. Daarmee lijkt het gebouw te zijn uitgehold uit twee massieve blokken natuursteen: het regelmatige ritme van de gevelpanelen versterkt de eenduidigheid terwijl de diepe uitsnede van de entreepartij het massieve karakter van het gebouw versterkt. Breuer bereikt hiermee hetzelfde effect als bij het ontwerp voor de Rotterdamse Bijenkorf: het gebouw ziet eruit als een monoliet.

Het enige verschil tussen de Amerikaanse ambassade en de Bijenkorf is dat de laatste werd gerealiseerd in een splinternieuw stadscentrum, terwijl de ambassade direct werd geflankeerd door de gewaardeerde historische bebouwing van het Lange Voorhout. Het was dan ook te verwachten dat het ontwerp meteen na de presentatie een lawine van protest uitlokte. Men vond dat het gebouw detoneerde vanwege het materiaalgebruik en het gebrek aan geleding en ornamentiek in de gevels. Alleen in goothoogte en de plaatsing in de rooilijn voegt het gebouw zich naar de omgeving.

Breuer en zijn Amerikaanse opdrachtgevers bleken niet vatbaar voor de weerstand en de ambassade werd zo goed als ongewijzigd uitgevoerd. De Amerikanen konden zich met hun dominante geopolitieke positie wat eigenzinnigheid veroorloven….

Een vesting

Tot de jaren ’80 zou de ambassade een eigenzinnig, maar relatief ‘gewoon’ functionerend gebouw blijven. Vanaf 1983 veranderde deze situatie. Met de bomaanslag op de Amerikaanse ambassade van Beiroet was in één klap duidelijk geworden dat ambassades niet alleen diplomatieke vertegenwoordigingen waren, maar ook doelwit van anti-Amerikaanse terroristen.

Vanaf dat moment werd het beheer en het beeld van de Haagse ambassade in toenemende mate gekleurd door beveiligingsmaatregelen, met als hoogtepunt de tijd vlak na de aanslag op de Twin Towers. Een deel van het Korte Voorhout werd permanent afgezet met betonblokken en stalen hekken, terwijl vanuit bewakingsposten rond het gebouw de omgeving voortdurend in de gaten werd gehouden. De reeds wat detonerende ambassade werd er behalve monolithisch óók erg gesloten van. Onverwachts veranderde het oorspronkelijk speels bedoelde gevelbeeld van massieve gevels met diepe uitsneden in een vestingachtige nederzetting. Alsof het gebouw bij voorbaat bedoeld was als bunker.

 

Depolitisering

Anno 2013 oogt de ambassade nog altijd massief, ontoegankelijk en detonerend ten opzichte van de omgeving. Het is een obstakel voor het verkeer. Er bestaan vergevorderde plannen om het gebouw te verhuizen naar een locatie buiten het stadscentrum.

De vraag is wat er na het verhuizen van de ambassade overblijft van het beeld van het dominante gebouw. Als de betonblokken en hekken zijn opgeruimd en je als gewone sterveling het gebouw ook weer eens van dichtbij kan bekijken. Misschien kan het ondanks de eigenzinnigheid toch worden omarmd, zoals ook de Rotterdamse Bijenkorf een onmisbare plek in het Rotterdamse stadscentum heeft gekregen. Ontdaan van alle politieke lading en het overheersende veiligheidsbeleid kan de ambassade misschien weer ‘gewoon’ een eigenzinnig gebouw worden. Het zijn maar onschuldige stenen…..

Pepijn Bakker, juni 2013

Volg hier de tweewekelijkse update van dit blog op twitter.

Klik hier voor meer overheidsgebouwen, hier voor meer projecten uit de jaren ’50 en hier voor meer projecten in Den Haag….

—————————————-

Volgende week gaat ook deze weblog op vakantie naar het buitenland en staat het Nederlands Expo paviljoen (2000) van de World Expo 2000 te Hannover centraal. Dit indertijd opzienbarende paviljoen van collectief MVRDV bleef na sluiting van de Expo behouden en kreeg een interessant tweede leven dat de Nederlandse vrijzinnigheid en tolerantie beter typeert dan de officiële expositie dit ooit kon doen.

Tot volgende week!

—————————————-

Pepijn Bakker (1981) is regiocoördinator West van de Bond Nederlandse Architecten (BNA) en gastdocent bij masterproject ‘Studio Amsterdam’, faculty of architecture, TU Delft. Voorheen werkte hij onder andere bij architectenbureaus Koen van Velsen en MVRDV en was hij betrokken bij diverse onderzoeksprojecten, onder andere naar de ruimtelijke effecten van bevolkingskrimp. Klik hier voor meer informatie.

Deze weblog biedt een overzicht van Nederlandse architectuur en planning van de laatste 100 jaar. Het doel is het overbruggen van de kloof tussen hoe architecten en stedenbouwers enerzijds en het grote publiek anderzijds over de gebouwde omgeving praten en schrijven. Door architectuur vanuit de discipline voor een groot publiek te beschrijven, wordt bijgedragen aan een beter begrip over en weer en worden de architectuur- en stedenbouwpraktijk opnieuw als maatschappelijke disciplines gepositioneerd. Klik hier voor een uitgebreidere motivatie.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s