In Slotermeer moet Van Eesterens integrale benadering opnieuw worden uitgevonden

Ver van het fotogenieke Amsterdamse stadscentrum, met zijn grachten, historische panden en fonkelende museumgebouwen, bestaat een 20ste eeuws Amsterdam dat níet in reisgidsen wordt beschreven. Je vindt er geen drommen toeristen en het is geen bestemming van vrijgezellenfeesten. Nee, in dit gedeelte van Amsterdam, wordt simpelweg gewoond.  Veel van deze Amsterdamse wijken zijn aangelegd volgens het Algemeen Uitbreidings Plan (AUP) (1934) van stedenbouwkundige Cornelis van Eesteren (1897-1988). Het gebeurde in allerijl om de opkomende woningnood te bedwingen. En nog steeds is dit revolutionaire plan de leidraad voor plaatselijke stadsontwikkeling. Het bijzondere karakter heeft een groep bewoners van AUP-wijk Slotermeer doen besluiten een heus van Eesteren museum in te richten. Ik ging op bezoek.

CIMG1126  IMG_2772

In een oud leslokaal van de leegstaande huishoudschool aan de Amsterdamse Van der Vlugtlaan wordt ik welkom geheten door de 64 jarige vrijwilligster Tineke. Zij is deze middag de gastvrouw en ze vertelt me dat het museum in 2010 is opgericht om meer bewustwording van het bijzondere karakter van de wijk te creëren.

Deze bewustwording had de wijk nodig omdat zij sinds de jaren ’80 een steeds negatiever imago heeft gekregen. Huizen zijn te klein (gemiddeld vloeroppervlak 35 m2!) en ze vertonen technische gebreken. Daarnaast heeft de wijk een scheve verhouding in etnische achtergrond: bewoners van Marokkaanse en Turkse afkomst zijn oververtegenwoordigd, veel autochtone Nederlanders zijn weggetrokken. Met het museum, maar ook met excursies en lezingen hoopt men dat het elan van deze ooit bijzondere wijk vanzelf terugkeert.

CIMG1130  CIMG1156

De aanleiding en opzet van het AUP, waaruit de Amsterdamse wijken Bos en Lommer, Geuzenveld, Slotermeer, Overtoomse Veld en Buitenveldert voortkwamen, is inderdaad een museum waard. Om de explosief groeiende bevolking van Amsterdam te kunnen huisvesten was een grote annexatie van buurgemeenten doorgevoerd. Behalve dat ruimte ontstond voor nieuwe, betere woonwijken, was er ook de kans om de groei van de stad op een meer integrale manier te ontwikkelen.

Van Eesterens plan betekende een doorbraak in stedelijke planvorming. Ten eerste brak hij met het traditionele denken over de stad en ontwierp hij op basis van de eigenschappen van moderne vervoersmiddelen, nieuwe bouwmethoden en moderne woonwensen. Daarnaast werd voor het eerst de overgang van stad naar landschap in een plan vastgelegd, een relatie die tot dat moment werd genegeerd. Ten slotte is het plan baanbrekend vanwege de toegepaste methode: het AUP was een abstract vlekkenplan dat pas in tweede instantie in deelplannen werd uitgewerkt. Nog nooit werd stadsplanning zo integraal en op verschillende schaalniveaus tegelijk aangepakt.

CIMG1145  CIMG1135

Alledaags

Omdat het AUP naderhand veel navolging kreeg, is het anno 2013 moeilijk om het bijzondere karakter te onderscheiden. Alle Nederlandse naoorlogse buitenwijken zien er een beetje uit als Slotermeer of Buitenveldert. Woonblokken, rijtjeshuizen, groenstroken en af en toe een drukke straat voor het doorgaand verkeer. Wie kent het niet?

Gelukkig vertrekt vanuit het van Eesteren museum ook een rondleiding door wat men het ‘buitenmuseum’ noemt. Hier wordt het vernieuwende karakter extra uitgelicht. De gids is een 59-jarige studente Cultuurwetenschappen die zelf in de Kolenkitbuurt even verderop woont. Met nog twee andere bezoekers sluit ik me bij haar rondleiding aan.

CIMG1147  CIMG1146

Al wandelend toont de gids de ooit revolutionaire strokenverkaveling met doorzonwoningen, ze vertelt over woonblokken die dankzij de toepassing van bouwsystemen tegen minimale kosten zijn gerealiseerd en ze vertelt over de uitgekiende afstand waarmee verschillende elementen in de wijk van elkaar zijn geplaatst: winkels, parken, doorgaande straten en woonblokken. Slotermeer blijkt met een bijna mathematische precisie te zijn gecomponeerd.

CIMG1133  CIMG1142

Dit tekentafelpragmatisme vindt zijn hoogtepunt in de mix van woonblokken en voorzieningen voor mensen van verschillende gezindte. Het Nederland van de jaren 50 bestond feitelijk uit een katholiek, protestants en socialistisch Nederland dat vrolijk gemixt, maar streng gescheiden langs elkaar leefde. Zo ook in Slotermeer. De woonblokken werden door verschillende woningbouwverenigingen met eigen signatuur gebouwd. Hierbij werden óók ‘eigen’ architecten ingeschakeld. Zodoende is anno 2013 nog steeds herkenbaar welk blok voor katholieke bewoners werd ontworpen en welke niet. Hetzelfde geldt voor de kerken en scholen. Van Eesteren mixte blokken voor verschillende gezindten door elkaar, met een bijna Romeins pragmatisme. Je kon zijn wat je wilde, zolang alles maar in de overkoepelende structuur paste.

Kantelpunt

Halverwege de rondleiding, op de stoep voor een etalage vol Arabische feestjurken, komt het moment van achteruitgang ter sprake. Sinds de overheid eind jaren ’70 een actief beleid voerde om Amsterdammers in omringende steden als Purmerend, Almere en Hoofddorp te huisvesten, trokken veel bewoners weg uit Slotermeer. Tegelijk groeide het aantal wijkbewoners met Turkse en Marokkaanse achtergrond. In eerste instantie waren deze nieuwe Nederlanders een welkome aanvulling op het bestaande bewonersbestand, totdat deze nieuwe ‘zuil’ van laagopgeleide, arme immigranten de halve wijk bevolkte. Nog meer oorspronkelijke bewoners trokken weg, de wijk verloederde en kreeg haar negatieve imago.

CIMG1148  CIMG1131

Hoe is het tij te keren? –Al wandelend ontspint zich een interessante discussie over de beste strategie. Dienen de huizen te worden aangepast aan de doelgroep die ooit wegtrok om zo weer een gezonde mix van bewoners met verschillende achtergrond te creëren, zoals de gemeente beoogt? Of leidt dit spreidingsbeleid slechts tot een verplaatsing van het probleem en kan je beter investeren in de specifieke woonomstandigheden van de mensen die nu in de wijk wonen? Hoe dan ook: alléén het bieden van een neutrale structuur voor alle gezindten, waar Van Eesteren ooit van uitging, is anno 2013 duidelijk een achterhaalde strategie.

Terug bij het museum praten we nog wat na. Om het welbevinden van de bewoners te garanderen zal opnieuw een all-inclusive en –jawel- multiculturele aanpak nodig zijn, net zo integraal als van Eesteren de stedenbouwkundige planvorming voorstelde. Analoog hieraan zou het goed zijn als het Van Eesterenmuseum zich in de geest van zijn naamgever óók zou richten op de wijze waarop bewoners met Turkse of Marokkaanse achtergrond de AUP-wijk bewonen. Het is in dat opzicht wat ongemakkelijk dat van de 60 bij het museum betrokken vrijwilligers er bijna niemand een Turkse of Marokkaanse achtergrond heeft. Maar wat niet is kan nog komen. Voorlopig is het oprichten van het museum een uitstekend begin. Zet hem op, Slotermeer!

Pepijn Bakker, juni 2013

Volg hier de tweewekelijkse update van dit blog op twitter.

Klik hier voor meer woningbouwprojecten, hier voor meer projecten uit de jaren ’30 en hier voor meer projecten in Amsterdam….

—————————————-

Volgende week staat het Groninger Museum (1994) van Alessandro Mendini (1931), Philippe Starck (1949) Michelle de Lucchi (1951) en het collectief Coop Himmelb(l)au centraal. Een grote gift van de Gasunie maakte het begin jaren ’90 mogelijk om een nieuw gebouw te betrekken. Museumdirecteur Frans Haks en architect-theoreticus Alessandro Mendini nodigden een collectief ontwerpers uit om een beeldbepalend gebouw te ontwerpen, dat de naam van het museum definitief zou vestigen. Het resultaat is een tot Gesammtkunstwerk aan elkaar geschakelde set paviljoens die door verschillende ontwerpers met diverse achtergrond zijn ontworpen. Een allegaartje van vorm en stijl, zeer postmodern. Maar is het daarmee ook een geslaagd museumgebouw? Volgende week een kritische reflectie…

Tot volgende week!

—————————————-

Pepijn Bakker (1981) is regiocoördinator West van de Bond Nederlandse Architecten (BNA) en gastdocent bij masterproject ‘Studio Amsterdam’, faculty of architecture, TU Delft. Voorheen werkte hij onder andere bij architectenbureaus Koen van Velsen en MVRDV en was hij betrokken bij diverse onderzoeksprojecten, onder andere naar de ruimtelijke effecten van bevolkingskrimp. Klik hier voor meer informatie.

Deze weblog biedt een overzicht van Nederlandse architectuur en planning van de laatste 100 jaar. Het doel is het overbruggen van de kloof tussen hoe architecten en stedenbouwers enerzijds en het grote publiek anderzijds over de gebouwde omgeving praten en schrijven. Door architectuur vanuit de discipline voor een groot publiek te beschrijven, wordt bijgedragen aan een beter begrip over en weer en worden de architectuur- en stedenbouwpraktijk opnieuw als maatschappelijke disciplines gepositioneerd. Klik hier voor een uitgebreidere motivatie.

 

Advertenties

9 thoughts on “In Slotermeer moet Van Eesterens integrale benadering opnieuw worden uitgevonden

  1. Reactie via Linkedin:
    Het van Eesterenmuseum zou inderdaad gebaat zijn bij meer verbinding met de buurt in al haar diversiteit, en dat willen ze ook. Een ongenuanceerde blog als deze over de teloorgang van Van Eesterens tuinsteden sinds ‘komst van de Turken en Marokkanen’ draagt daar niet aan bij. Het zijn armoede en verwaarlozing waardoor de naoorlogse buurten achteruit gingen.
    Het is maar welke bril je op zet. Hier een andere: http://www.huffingtonpost.co.uk/2013/05/30/ethnic-diverse-neighbourhood_n_3359237.html?utm_hp_ref=tw
    -Iris Dik

  2. Reactie via Linkedin:
    Dag Pepijn,

    Ik werk voor het Van Eesterenmuseum. En inderdaad het Van Eesterenmuseum is erbij gebaat meer verbinding te krijgen met de buurt. De huidige buurt, niet alleen die uit de jaren ’50. Daar werken we aan. Maar gezegd moet worden dat betrokkenheid verkrijgen met buurtbewoners in Slotermeer in het algemeen niet gemakkelijk is, laat staan in al haar diversiteit. Maar het staat hoog op de agenda, zeker.

    Overigens, Van Eesteren’s uitbreidingswijken worden internationaal geroemd, ik betwijfel of ‘alle Nederlandse naoorlogse buitenwijken er een beetje uit zien als Slotermeer of Buitenveldert.’ Maar ietwat sfeerverlagende foto’s op je blog helpen dan ook niet mee, zie hier meer sfeervolle:
    http://www.victorienkoningsberger.nl/blog/idylisch-slotermeer-in-beeld/

    Groeten,

    Victorien Koningsberger

  3. Reactie via Linkedin:

    Net zo weinig zeggend als de opmerking, ‘armoede en verwaarlozing’.

    Deze buurt wordt sinds een jaar of vijfentwintig gekenmerkt door een steeds grotere groep niet westerse allochtonen die zich in de huurwoningen vestigt. Zij hebben niets met natuur en omgeving. Architectuur zegt hen niets. Ook de historie van de wijk laat hen koud. De tuinen liggen er zielig bij of worden bestraat.
    Die instelling zorgt voor een verpaupering van de buurt en de woningen. Enorme bergen (zwerf)afval op straat en er wordt geen enkele kwalitatieve investering in de woning gedaan.
    De wijkjes met koopwoningen, waar de autochtonen wonen zien er daarentegen prima uit.

    Helaas het is een feit. Daar is geen bril voor nodig.

    Hans Olykan

  4. Reactie via Linkedin:

    Vergeleken met buitenlandse probleemwijken is Nieuw West een paradijs. Wat niet weg neemt dat de wijken nu de corporaties niet meer kunnen investeren maar aan hun lot moeten worden overgelaten. Juist na het “failliet“ van Far West is Nieuw West gebaat zijn bij initiatieven die de trots van de buurt versterken. Het van Eesteren museum kan daar een rol in spelen. Het is inderdaad zo dat de ideeen van van Eesteren wereldwijd geroemd worden door professionals. De man in de straat (of bij van Eesteren in het gemeenschappelijk plantsoen) weet wel beter. Wat van iedereen is is van niemand. Dat zien we in Slotervaart, in de Bijlmer, in Lelystad en in andere wijken waar de modernistische idealen zijn gestrand in de harde werkelijkheid. Tegelijkertijd is Nieuw West een prachtig groen stadsdeel. In plaats van te mokken over zwerfvuil en achterstallig onderhoud kun je ook allemaal mee helpen de wijk beter te maken. Het van Eesteren museum kan daar aan bijdragen. Uiteindelijk kom je met het mobiliseren van de buurt verder dan met een miljard nieuwe stenen.

    Harvey Otten

  5. Reactie via Linkedin:

    @iedereen.

    Ik heb het stuk gelezen. Erg interessant maar ik heb wel een vraag aan iedereen. Wie van de mensen die reageren woont in dit stadsdeel?

    Zelf woon ik er al meer dan 18 jaar in Nieuw-West en heb diverse wijken en delen zien verpauperen door mismanagement en wanbeleid. Men kijkt alleen naar de buitenkant en denkt: “niets te klagen, ziet er goed uit”. Het zou men eens sieren om achter de voordeur te kijken.

    U alleen moesten eens weten hoe sommige bewoners, en of het nu allochtonen en autochtonen zijn boeit mij niet, hele straten en/of woonblokken terroriseren. Maar ja, het Linksche smaldeel wenste dit niet te horen (zijn hun kiezers over het algemeen) en heeft het beleid gestart om zulke bewoners over het stadsdeel heen te verspreiden.

    Net of dit zal helpen……..

    Conclusie, een aardig idee maar niet echt levensvatbaar naar mijn idee. Wellicht leuk om het onder te brengen bij een van de meer bekendere musea in Amsterdam.

    -Pieter Penninkhof

  6. Reactie via linkedin:

    Het verhaal van Pepijn is prachtig maar een tikje naief. Van Eesteren heeft met de beste bedoeling voor de ‘arbeidersklasse een stadswijk aangelegd die in alle opzichten het omgekeerde van de Jordaan en de 19e eeuwse wijken moest worden: licht, ruimte lucht. Alleen in een opzicht niet: de grootte van de woningen. het was een zegen vergeleken bij de overbevolkte binnenstad. De ruimte is mooi, het groen en het water ook, maar de idylle die het zou kunnen zijn is het nooit geworden. Deze beroemde stedenbouwkundige heeft in alle aansluiting op de bestaande stad gefaald, of je nu kijkt naar Bos en Lommer, Buitenveldert, of Slotervaart. Overal mist de aansluiting. Een overgang naar het omringende groen is er ook niet. De naoorlogse wijken hielden gewoon ergens op en dan begint het weiland. Nieuw west is niet misgegaan toen de allochtonen kwamen, maar mist vanaf het begin een openbare ruimte die uitnodigt tot ontmoeting. Al deze wijken die gebouwd zijn volgens hetzelfde stempel en met hetzelfde idealisme van hier tot aan de Oeral hebben hetzelfde gebrek: eenvormigheid, eenzijdigheid, monocultuur en te veel openbare ruimte zonder eigenaar. Een van Eesteren museum heeft veel zin al het een openbaar laboratorium zou zijn voor het leefbaar houden/maken van Nieuw West. Zoals door de Zina’s (Adelheid Roosen) is gedaan. Het kan een prachtige wijk worden als er meer cultuur komt, meer ontmeoting, meer verscheidenheid, meer werk en wonen door elkaar. Nieuw west is daar al druk mee bezig, gelukkig maar want daardoor wordt het langzamerhand steeds meer prettig deel van de stad.
    Dat proces documenteren, tentoonstellen en door bewoners laten beoordelen, zou eeen mooie taak van het van Eesteren museum kunnen zijn, maar dan wel zonder de heiligverklaring van deze held en wel met dezelfde kritische blik waarop hij naar de oude wijken keek.

    -Jeroen Saris

  7. Reactie via linkedin:

    De buurt is mij al vanaf haar bouw bekend. Ik ben er geboren en getogen. Heilzaam zou zijn als er meer koopwoningen zouden komen. Dan helpt bij spreiding van diverse groepen en voor meer verantwoordelijkheid voor de omgeving.

    -Hans Olykan

  8. Pingback: PepijnBakker

  9. Pingback: Poor doors in New York | PepijnBakker

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s